"De kunst van het Stilhouden"
De scherpte van een opname is afhankelijk van de mate waarin je de camera stil kunt houden.
Het gaat hier over het stilhouden van de camera tijdens de opnamen en niet over het al of niet bewegen van het onderwerp. Bij het maken van een foto weet iedereen dat je de camera stil moet houden. Het is niet anders met een digitale fotocamera. Die moet je ook zo stil mogelijk houden. Als je met telelenzen werkt moet je de camera nog stiller houden, en bij een digitale camera met telezoom of telelenzen is het helemaal een "must" om deze zo stil mogelijk te houden. Bij een telezoom die het beeld 2x vergroot zal ook de beweging 2x vergroot worden.
Probeer het even uit om door de zoeker te kijken naar een verticale lijn aan de rand van je zoeker. Het valt behoorlijk tegen om de camera goed stil te houden. Als je er nu een telelens opzet of telezoom gebruikt herhaal dan dit proefje nog even. Hoe langer je de camera stil probeert te houden hoe erger de beweging wordt.
De oplossing is even simpel als onbruikbaar n.l. gebruik een statief. Het statief zal de meeste beweging wegnemen maar is heel onhandig in het gebruik buitenshuis. Probeer zoveel mogelijk het statief te gebruiken maar ontwikkel tegelijkertijd een techniek om de opnamen uit de hand te maken voor het geval je geen gebruik kunt maken van een statief.
Een paar tips kunnen ervoor zorgen dat je een veel beter resultaat krijgt. Het lijkt misschien wat overdreven maar het oefenen in het stil houden van je camera moet je zeker doen en regelmatig herhalen.
Sluitertijden.
Zorg ervoor dat de sluitertijd snel genoeg is om beweging van de camera te voorkomen. Bij telelenzen of telezoom moet je een snellere sluitertijd instellen dan met een groothoek. Er zijn richtlijnen voor maar ook deze zijn altijd afhankelijk van de omstandigheden waarin je op dat moment de opname maakt.
Een goed gemiddelde is dat de sluitersnelheid minstens gelijk moet zijn aan de brandpuntsafstand van de lens. Voorbeeld: bij een 200 mm lens moet je minimaal een sluitersnelheid aanhouden van 1/200 ste seconde. Bij 50 mm dus ongeveer 1/50 ste seconde.
Bij digitale camera's ligt dat iets anders. De brandpuntsafstand wordt bij een digitale spiegelreflex camera (DSLR) verlengd met ongeveer de factor 1.5. Dit betekend dat de brandpuntsafstand van 200 mm bij een DSLR 300 mm wordt. De sluitersnelheid zal dus nog korter moeten worden dan bij een 35mm filmcamera. We kunnen hier gerust 1/300 ste voor aannemen. Let wel dat bij deze richtlijnen ook een goede camera techniek hoort. Ontbreekt het licht om deze sluitersnelheden te halen dan kunnen we enkele trucs toepassen die het mogelijk maken om toch de opname te maken.Bij kwaliteitslenzen is het mogelijk om het diafragma vol open te zetten zonder kwaliteitsverlies van de opname.Bij goedkopere lenzen is die grote opening altijd minder goed door onscherpte en contrast verlies.
Het verhogen van de iso waarde is ook een goed middel om toch de vereiste sluitersnelheid te halen. Bij de Nikon D100 kun je heel goed tot 640 iso gaan zonder veel in te leveren op kwaliteit (digital noise). Zelfs 800 iso is haalbaar mits je de opname goed weet te belichten. Onderbelichten vergroot de kans op noise.
Afsteunen van de camera met de ellebogen of het lichaam op of tegen een hek, paal, boom, muurtje of wat maar voorhanden is levert altijd een verbetering op ten opzichte van het uit de hand fotograferen. Een zg. "beanbag" die je als camera steun ergens op kunt leggen is ideaal. Zelf gebruik is regelmatig mijn fiets om mijn camera met 200 mm lens op af te steunen. Het zadel is daarvoor prima te gebruiken.
Voor vogelfotografie schuil ik achter mijn fiets en leg de camera/lens op het zadel zodat ik met langzamere sluitersnelheden toch scherp kan fotograferen. Ook mijn fototas heb ik al vaak gebruikt om mijn camera op af te steunen.
Als er helemaal niets voorhanden is om te steunen dan moet het maar uit de hand. Zet je voeten iets uit elkaar. Steun je ellebogen tegen je lichaam en druk de camera tegen je hoofd. Linkerhand onder de lens en je rechter tegen de zijkant van de camera. De wijsvinger licht op de onspanknop en druk hem half in om scherp te stellen. Druk nu in een doorgaande langzame beweging de ontspanknop helemaal in. Hou je adem in als je afdrukt. Je staat er versteld van hoeveel de camera beweegd als je alleen maar op de ontspanknop drukt. Probeer het maar uit zonder de camera aan te zetten en door de zoeker te kijken terwijl je afdrukt.
Al het bovenstaande is ook waar voor digitale compactcamera's (DCC). Omdat het oppervlak van de sensor hier ongeveer 1/4 is dan die van een DSLR is de vergrotingsfactor van de lens ook groter dus ook de kans op bewegingsonscherpte. Al die mensen die de DCC met gestrekte armen op een afstandje houden en het ingezoomde beeld op het lcd schermpje bekijken maken dezelfde fout. Je kunt op die manier de camera niet stil houden. Ook hier moet je door de zoeker kijken en de camera goed tegen je aan drukken. Het lcd schermpje komt pas goed tot zijn recht als je opnamen dichtbij maakt waar je anders last zou hebben van parallax, de afwijking van het zichtbare gebied in de zoeker en het werkelijke opnamebeeld.
Het is een lang verhaal geworden over het goed stil houden van de camera. Samengevat komt het hierop neer:Gebruik het statief waar het mogelijk is.
Hou je camera zo stil mogelijk of steun hem af.
Stel een zo hoog mogelijke sluitersnelheid in.
Pas de iso waarde aan als de omstandigheden dit vragen.
En druk zo rustig mogelijk af.
Tip : Automatische ISO setting.
Zet de camera op S of op M en de ISO setting in het menu van de camera op Automatisch.
De ISO waarde zal zich nu automatisch aanpassen aan de hoeveelheid beschikbaar licht en van 200 tot 1600 gaan. Zet de camera wel standaard op 200 ISO. Bij S mode blijft de sluitersnelheid die je ingesteld hebt staan. Bij M mode blijven sluitertijd en diafragma gehandhaafd. Dit is een zeer handige methode om je aan wisselend licht aan te passen en niet telkens de ISO setting handmatig aan te passen. Ook te gebruiken bij gelegenheden waar het niet wenselijk is met de flitser te werken.Tip: Continu mode voor de grootste scherpte uit de hand.
Zet de camera op continu opname en maak van het onderwerp minstens 5 of 6 opnamen zonder je vinger van de ontspanner te halen. Het blijkt nu dat de eerste opname het meest onscherp is. Vanaf de tweede opname en de volgenden zal er 1 het meest scherp zijn. Om nu gemakkelijk en snel de scherpste opname eruit te kunnen halen moet je op de pc kijken b.v. in de verkenner. Kies de optie Details en kijk welk jpg bestand de meeste bytes heeft. Dit blijkt altijd de scherpste te zijn. Delete de rest.
All rights of all text,
layout, pictures and graphics on this page and on this site belong to Aart
Hennekes©2004
No images or content may copied or used without written permission of the owner.